Je verstaat alles in het Engels en Duits. Waarom voel je je dan de helft van jezelf?

Dinsdagochtend, 9:02. De Teams-call met het hoofdkantoor in Manchester loopt al twee minuten. Je verstaat alles. Echt alles. En toch zit je te wachten tot iemand anders het zegt, want tegen de tijd dat jouw zin in het Engels klaar is, is het gesprek al drie onderwerpen verder.

13:30. Je belt met de inkoper in Münster. Hij begint in het Duits, jij schakelt naar het Engels, hij schakelt beleefd mee. Het gesprek is prima. Het is ook kort. En je hebt het gevoel dat hij bij je concurrent in Osnabrück wat langer aan de lijn blijft.

17:15. Je fietst naar huis en denkt: ik ben goed in mijn werk. Waarom voelt het in twee talen alsof ik de helft van mezelf thuislaat?

Wat er onder die dinsdag zit

Je Engels is beter dan je denkt. Het probleem zit in de vertraging: je vertaalt in je hoofd, checkt de grammatica, en pas dan zeg je iets. Die twee seconden zijn precies het gat waar een collega uit Manchester in springt. Na een paar maanden weet je team niet meer dat je meningen hebt.

Met Duits is het anders. Dat verstaan lukt, maar spreken voelt als lopen op ijs. Dus kies je Engels, de veilige route. Alleen is Engels voor een Duitse inkoper de taal van “wij doen zaken”, terwijl Duits de taal is van “wij kennen elkaar”. Je komt zo nooit voorbij die eerste laag.

Dat is het echte probleem, en het staat in geen enkele cursusbeschrijving: je wordt in het Nederlands gezien als de expert die je bent, en in het Engels en Duits als iemand die het wel aardig doet.

Dezelfde dinsdag, over drie maanden

9:02. Manchester is bezig. Je hoort iets waar je het niet mee eens bent en je zegt het, half af, met een woord dat niet helemaal klopt. Niemand die het merkt. Wat ze wel merken: jij hebt een mening en die is scherp. Na de call stuurt de projectleider je een berichtje of je even mee wilt kijken naar het plan.

13:30. Münster. Je opent in het Duits. Met een fout hier en daar, en helemaal van jou: “Guten Tag Herr Weber, ich habe eine Frage zu der Lieferung von Freitag.” Hij blijft in het Duits. Het gesprek duurt twee keer zo lang als vroeger, en aan het eind vraagt hij hoe het bij jullie in Twente met het weer is. Dat vroeg hij nooit.

17:15. Fietsen. Je hebt dezelfde baan, dezelfde klanten, dezelfde collega’s. Alleen is er in twee talen nu iemand zichtbaar geworden die er in het Nederlands altijd al was.

Hoe je van de ene dinsdag naar de andere komt

Het verschil tussen die twee dagen zit in ongeveer 20 uur oefenen, verdeeld over een kwartaal, met iemand die jouw gesprekken als lesmateriaal gebruikt. Het lesmateriaal is die call met Manchester en dat telefoontje naar Münster: nagespeeld, teruggeluisterd, en de volgende week beter.

Voor Engels betekent dat vooral snelheid trainen: reageren voordat de zin perfect is. Voor Duits betekent het de eerste twintig zinnen die je in jouw werk elke week nodig hebt, zo vaak herhalen dat ze uit je mond rollen zonder ijs eronder.

Zo werken de trainers bij OCD, één op één en om jouw agenda heen. Je hebt een vaste trainer voor het hele traject, iemand die na week drie weet wie Herr Weber is.

Wil je eerst weten waar je nu staat, in allebei de talen? Doe de gratis taaltoets Engels en de taaltoets Duits, dat kost je samen een half uur. Daarna bellen we je, als je dat wilt, om samen te kijken welke dinsdag je over drie maanden wilt hebben: 0570 – 629 682, of laat je nummer achter.