Twaalf weken, één trainer. Hoe Marloes stopte met om haar Engels heen werken
Marloes is projectleider bij een installatiebedrijf in Overijssel. Veertig medewerkers, sinds twee jaar een Deense opdrachtgever die alles in het Engels doet. Marloes heet in dit verhaal Marloes, omdat ze liever niet met haar eigen naam in een blog staat. De rest klopt.
Haar Engels was, in haar eigen woorden, “prima voor op vakantie”. Op het werk had ze er een systeem omheen gebouwd. Mails schreef ze ’s avonds, met een vertaaltool ernaast. Calls plande ze met een collega erbij die “toch beter Engels sprak”. Presentaties gaf die collega.
Dat systeem werkte. Tot de collega een andere baan kreeg.
De groep waar ze nooit aan de beurt kwam
Marloes had ooit een groepscursus gedaan. Acht mensen, dinsdagavond, een boek met hoofdstukken over “at the airport”. Ze leerde er de verleden tijd en dat ze de enige was die over stalen leidingwerk wilde praten.
Na zes weken stopte ze. Ze was er nooit aan de beurt gekomen, en als ze aan de beurt was, ging het over dingen die ze nooit zou zeggen.
Groepen zijn prima. Voor wie een basis wil leggen, is een groep prettig en betaalbaar. Marloes had geen basis nodig. Ze had Marloes-Engels nodig: Deense opdrachtgever, planning, meerwerk, een lastig gesprek over een vertraging.
De intake
Bij OCD begint het met een gesprek en een taaltoets. De toets duurde twintig minuten en gaf een niveau in plaats van een cijfer: B1 lezen en luisteren, A2 spreken. Dat verschil verklaarde alles. Ze begreep de Denen prima. Ze kwam alleen zelf niet uit haar woorden.
In het gesprek daarna stelde de adviseur maar één echte vraag: wat moet je over drie maanden kunnen wat je nu ontwijkt? Marloes’ antwoord: zelf de wekelijkse call doen, zonder collega.
Daar werd het traject omheen gebouwd. Twaalf weken, één trainer, één uur per week online plus opdrachten die uit haar eigen werk kwamen.
Wat er in die twaalf weken gebeurde
De eerste les nam de trainer haar laatste drie mails aan de Denen door. Wat ze vermeed viel meteen op: ze schreef nooit een zin met “unfortunately” erin. Slecht nieuws ging altijd via de collega.
Les drie was een gespeelde call over een vertraging van twee weken. Marloes zei achteraf dat ze het gesprek drie keer heeft geoefend en dat het de vierde keer, met de echte Denen, korter duurde dan de oefening.
Rond week zes kwam het dipje dat bijna iedereen krijgt. Het ging beter, maar ze hoorde zichzelf nog steeds fouten maken. De trainer liet haar een opname van les één terugluisteren. Dat hielp.
Week tien: de wekelijkse call, alleen. Ze had een spiekbriefje met vijf zinnen naast zich. Ze heeft er, zegt ze, één gebruikt.
Wat het haar opleverde
Het spiekbriefje ligt nog steeds naast haar toetsenbord. Ze kijkt er zelden op.
Het grotere verschil zit ergens anders. Ze plant geen calls meer om een collega heen. Ze schrijft haar mails overdag. En bij het laatste overleg in Aarhus heeft ze de vertraging zelf uitgelegd, inclusief het “unfortunately”.
Van iemand die om haar Engels heen werkte naar iemand die het gewoon gebruikt. Dat is wat twaalf weken met één trainer doen, als het traject over jouw werk gaat.
Voor wie individuele taaltraining past
Niet voor iedereen. Wie vooral een basis wil leggen, of het gezellig vindt om samen te leren, is in een kleine groep beter af en goedkoper uit.
Individueel past als je één concrete situatie hebt die je nu ontwijkt, als je tempo afwijkt van een gemiddelde groep (sneller of juist langzamer), of als je agenda geen vaste dinsdagavond toelaat. Bij OCD kies je dan zelf het aantal uren en de tijden, en je houdt het hele traject dezelfde trainer. Je eigen mails, presentaties en gesprekken zijn het lesmateriaal.
Wil je weten wat jouw twaalf weken zouden zijn?
Doe eerst de gratis taaltoets Engels. Twintig minuten, en je weet waar je staat. Bel daarna 0570 – 629 682 of laat je nummer achter; een adviseur belt je terug en stelt dezelfde vraag als aan Marloes: wat moet je over drie maanden kunnen wat je nu ontwijkt? Meestal ligt er binnen 48 uur een voorstel. OCD is Cedeo- en NRTO-erkend, en cursisten geven ons gemiddeld een 9,2.
En is het antwoord “eigenlijk gaat het wel”? Dan zeggen we dat ook.